Dierenkliniek Drunen
       Kliniek voor gezelschapsdieren       
 
 
Operatiekamer:

Dierenkliniek Drunen beschikt over een professioneel uitgeruste operatiekamer. De meeste operaties worden uitgevoerd onder zogeheten gasnarcose. De operatiekamer beschikt over een gasnarcoseapparaat met de mogelijkheid tot beademing van de patiënt indien dit nodig mocht zijn. Tijdens de narcose is de patiënt verbonden met diverse bewakingsapparaten. Ter controle van het hart wordt er een continu ECG gemaakt waardoor hartritmestoornissen opgespoord kunnen worden. Ter controle van de ademhaling is de patiënt aangesloten op een zogenaamde capnograaf, deze meet het koolzuur in de uitgeademde lucht , de ademfrequentie en de concentraties van de diverse narcosegassen. Tenslotte wordt de zuurstofvoorziening van het dier en de polsfrequentie gemeten door een pulse-oxy meter. Met behulp van deze apparatuur is de narcose zeer goed te sturen en kunnen we op een veilige manier een dier opereren. Het risico dat er wat fout gaat bij een narcose is op deze manier maar zeer klein. De bewakingsapparatuur waarschuwt al bij kleine afwijkingen waardoor we in kunnen grijpen voordat er echt gevaarlijke situaties ontstaan. We kunnen de narcose dan snel bijregelen door de hoeveelheid narcosegas aan te passen. Voor een beschrijving van een operatie in het algemeen.

De operatie:

Hoe gaat een operatie in het algemeen in zijn werk, wat gaat er aan vooraf, wat komt er allemaal bij kijken en wat voor nabehandeling is er nodig. Voor een operatie gaat het dier onder narcose. Het doel hiervan is pijnstilling, het bereiken van een slaaptoestand en spierverslapping. Voorafgaand aan de verdoving voeren we een pre-anaesthetisch onderzoek uit waarbij de gezondheidstoestand van het dier gecontroleerd wordt. Het dier krijgt een pijnstillende injectie die nog werkt als het dier weer wakker wordt. Dan krijgt het dier een verdovende injectie in een spier of rechtstreeks in een bloedvat. Hierdoor valt het dier in slaap en wordt vervolgens overgebracht naar de operatiekamer. We brengen een plastic slang aan in de luchtpijp en hierop wordt het gasnarcoseapparaat aangesloten. Het dier wordt onder narcose gehouden met een mengsel van zuurstof, lachgas en isofluraan. Vervolgens worden diverse bewakingsapparaten aangesloten om het dier tijdens de narcose te controleren. De ademhaling wordt gecontroleerd door een capnograaf, deze meet het koolzuur, het zuurstofgehalte en de diverse narcosegassen in de in- en uitgeademde lucht. Deze wordt aangesloten op de tube die in de luchtpijp van het dier zit.

Een ECG monitor toont het hartritme en de hartfrequentie. De pulse-oxymeter meet de polsslag en het zuurstofgehalte in de weefsels d.m.v. een klemmetje op de tong van het dier. Als alle apparatuur is aangesloten en de narcose is stabiel wordt de te opereren plek kaal geschoren en grondig gewassen en gedesinfecteerd. Ondertussen zijn alle benodigde materialen klaargelegd zoals: instrumentarium, operatiehandschoenen en –kleding, afdekdoekjes, hechtmateriaal en scalpel(mesje). Al deze benodigdheden zijn steriel verpakt. De dierenarts en assistente wassen zorgvuldig hun handen, desinfecteren deze en trekken steriele handschoenen aan. Het dier wordt afgedekt met steriele doeken waarna de operatie uitgevoerd wordt. Na het sluiten van de wond, meestal in meerdere lagen, wordt de wond afgedekt met verbandspray. Ondertussen is de toevoer van lachgas en isofluraan gestopt en ontvangt het dier zuivere zuurstof. Het dier wordt losgekoppeld van de apparatuur en gaat naar een opnamehok om bij te komen in een extra warme omgeving. Meestal kan het dier binnen een uur al weer (wankel) opstaan. Na enkele uren kan het dier weer mee naar huis. De eerste dagen moet het dier rustig aan doen i.v.m. de wondgenezing. Meestal volgt na 10 dagen een controle en verwijderen we de huidhechtingen. Het instrumentarium wordt grondig gereinigd en verpakt in speciale instrumentendozen of sterilisatiezakjes en daarna gesteriliseerd in een autoclaaf (met stoom onder druk).
 
In Dierenkliniek Drunen worden diverse operaties uitgevoerd.
De meest voorkomende operaties zijn castraties en sterilisaties van honden en katten.
Daarnaast verrichten we ook andere buikoperaties ( blaas, maag, darm), operaties aan ogen, oren, melkklieren en huid. Ook knieoperaties (patellaluxatie en reparatie van kapotte kruisbanden) en het repareren van botbreuken met pinnen worden door ons uitgevoerd.
 

Sterilisatie van  teef of poes.

In de volksmond spreken we over sterilisatie maar in werkelijkheid worden teven en poezen gecastreerd. Castratie betekent namelijk dat de geslachtsorganen verwijderd worden: de testikels bij een mannelijk dier en de eierstokken bij een vrouwelijk dier. Voor het gemak zullen we het hier ook sterilisatie noemen. Tegenwoordig worden bij de sterilisatie van teef en poes uitsluitend de eierstokken verwijderd en blijft de baarmoeder zitten. Voordelen van deze methode zijn: een  kleinere buikwond (ong. 2 tot 4 cm.) en minder beschadiging van weefsels in de buik. Alleen als de baarmoeder afwijkend (ontstoken of  abnormaal van vorm) is, wordt deze ook verwijderd. Als de eierstokken verwijderd zijn zal er geen baarmoederontsteking meer kunnen ontstaan.

 Voordelen van sterilisatie:

-          geen loopsheid of krolsheid meer

-          geen kans op ongewenste dracht

-          geen schijndrachtigheid meer

-          kleinere kans op suikerziekte

-          (veel) kleinere kans op het ontstaan van kwaadaardige melkkliertumoren op latere leeftijd

Vooral dit laatste argument betekent dat sterilisatie op jonge leeftijd in feite gezonder is dan een hond normaal loops te laten worden. Als een teef  vóór de eerste loopsheid gesteriliseerd wordt is de kans op het ontstaan van melkkliertumoren 100 tot 1000 maal zo klein dan wanneer ze normaal loops zou worden.

Dit is de reden dat wij in onze kliniek adviseren om, als u niet wil fokken met uw teefje, om deze te laten steriliseren voor de eerste loopsheid. Er zijn geen extra nadelen verbonden aan het steriliseren voor de eerste loopsheid ten opzichte van steriliseren na de eerste loopsheid terwijl het voordeel ten opzichte van het ontstaan van melkkliertumoren veel groter is. Een teef groeit normaal uit en blijft even speels en levendig als voor de ingreep.

Waar men wel goed op moet letten na sterilisatie/castratie is het volgende: vaak neemt de eetlust van de hond en kat toe terwijl de werkelijke behoefte minder is. Ze willen vaak teveel eten en hebben daardoor een verhoogde kans op dik worden tenzij men dit in de hand houdt door het dier een aangepaste, beperkte hoeveelheid voer te geven, Ons advies is dan ook om na sterilisatie of castratie voortaan zo’n 10 a 15 % minder voer te geven. Een ander effect van sterilisatie is dat de vacht soms kan veranderen, dit zien we met name bij langharige jachthonden (zeker de roodharige rassen) ;  de vacht wordt pluiziger, zachter en wat doffer. Het treedt echter lang niet bij alle honden op.

De operatie.

Hoe wordt de operatie uitgevoerd.

Na een inleidende narcose per injectie, meestal direct in een bloedvat op de voorpoot, valt de hond in slaap binnen een minuut. Daarna wordt de narcosetube in de luchtpijp gestopt en wordt de hond aangesloten aan de narcoseapparatuur en de bewakingsapparatuur (zie operatiekamer). We scheren een deel van de buik kaal en deze wordt gewassen en gedesinfecteerd en afgedekt met een steriele doek. Bij de navel snijden we de huid in over 2 tot 5 cm., daarna de onderhuid en de buikwand zodat de buik open is. Met een speciaal haakje halen we de eierstok naar buiten en binden deze af onder en boven de eierstok. Zo ook de andere eierstok. De baarmoeder blijft zitten.  Na controle op nabloedingen wordt de buik in 3 lagen gesloten. Per injectie wordt een pijnstiller toegediend die ongeveer 24 uur werkt. Meestal is de hond na 2 a 3 dagen weer helemaal de oude en speelt weer. Tien dagen later controleren we de wond en verwijderen we de huidhechtingen.

 
 
Dierenarts J.P.A. van der Pasch                                                   Obrechtstraat 68        5151 PE Drunen        Tel.0416-378437